Een stuk kaas dat uitdroogt, gaat zweten of ineens een groen plekje heeft. Zonde, want met een paar simpele gewoontes blijft kaas een stuk langer lekker. Het begint bij de verpakking. Maar ook het soort kaas en het moment waarop je hem uit de koelkast haalt, maken verschil.
Kaas in de koelkast
Kaas hoort in de koelkast, het liefst in de groentela of op de onderste plank. Daar is het niet te koud en blijft de temperatuur redelijk gelijk. Zet kaas niet in de deur. Die gaat de hele dag open en dicht, en elke keer krijgt de kaas een vlaag warme lucht.
Houd kaas ook uit de buurt van sterk ruikend eten. Kaas neemt geuren makkelijk op. Een stuk naast een bakje gesneden ui smaakt na een paar dagen naar ui.
Kaaspapier of folie
Veel mensen wikkelen kaas strak in plasticfolie. Dat voelt veilig, maar kaas leeft nog. Hij geeft vocht af en heeft een beetje lucht nodig. Onder folie blijft dat vocht hangen. Het snijvlak wordt plakkerig, de kaas gaat naar plastic ruiken en schimmel krijgt een kans.
Kaaspapier werkt anders. Het bestaat meestal uit twee lagen: een binnenkant die vocht vasthoudt en een buitenkant die wat lucht doorlaat. Zo droogt de kaas niet uit en stikt hij ook niet. Heb je geen kaaspapier in huis, gebruik dan bakpapier met een losse diepvrieszak eromheen. Een kaasstolp of een bakje met een deksel dat niet helemaal dicht zit, werkt ook. Het papier kun je een paar keer gebruiken. Vervang het als het vet of vochtig wordt.
Jonge kaas eerst op
Niet elke kaas houdt het even lang vol. Jonge kaas bevat meer vocht. Dat maakt hem zacht en mild, maar ook kwetsbaar. Vocht is precies wat bacteriën en schimmels nodig hebben. Een stuk jonge kaas eet je dus sneller op dan een stuk oude.
Oude kaas heeft maanden gerijpt. In die tijd is een groot deel van het vocht verdampt. De kaas is harder, de smaak voller en je proeft soms kleine zoutkristallen. Droge, zoute kaas is voor schimmel een stuk minder aantrekkelijk. Daardoor blijft hij langer goed. Heb je verschillende soorten in huis? Eet dan de jongste kaas eerst en bewaar de oude voor later.
Wat rijping doet
Rijpen is eigenlijk langzaam drogen onder toezicht. De kaasmaker draait de kazen, let op de temperatuur en de luchtvochtigheid en laat de tijd zijn werk doen. Hoe langer dat duurt, hoe meer vocht eruit gaat.
Dat merk je thuis. Belegen kaas zit tussen jong en oud in. Extra belegen en oude kaas kunnen goed tegen een stootje. Zie je toch een plekje schimmel op harde kaas? Snijd dan ruim een centimeter rond de plek weg. De rest kun je gewoon eten. Bij zachte kaas gooi je het hele stuk weg, want daar trekt schimmel makkelijk dieper in.
Begin met verse kaas
Hoe lang kaas thuis lekker blijft, hangt ook af van hoe vers hij is als je hem koopt. Een stuk dat al weken voorverpakt in het schap ligt, heeft een deel van zijn tijd al gehad. Kaas die vers van het wiel komt, heeft dat niet. Je hebt dan meer ruimte om hem rustig op te eten.
Koop liever vaker een klein stuk dan in één keer een groot stuk. Bij een kaaswinkel laat je precies snijden wat je nodig hebt. Wil je niet de deur uit, dan kun je kaas ook online bestellen bij Cheese From Holland, een familiewinkel uit Oegstgeest die de kaas vers snijdt op de dag van verzending.
Kaas invriezen
Invriezen kan, maar niet met elke kaas. Geraspte kaas en harde kaas die je later toch smelt, voor een ovenschotel of een tosti, kunnen prima de vriezer in. Na het ontdooien is de kaas wat kruimeliger. In een warm gerecht merk je daar weinig van.
Een mooi stuk kaas voor op brood of een kaasplank kun je beter niet invriezen. IJskristallen breken de structuur. De kaas wordt brokkelig en verliest smaak. Zachte kazen zoals brie en verse geitenkaas worden waterig en korrelig. Vries je toch kaas in? Verdeel hem in porties, pak hem luchtdicht in en laat hem langzaam ontdooien in de koelkast.
Op smaak laten komen
Koude kaas smaakt vlak. De vetten zijn hard en de geur en smaak zitten nog vast. Haal kaas een half uur tot een uur voor het eten uit de koelkast. Laat hem in het papier zitten of leg er een schone theedoek over, zodat het snijvlak niet uitdroogt.
Pak alleen wat je denkt op te eten. Kaas die steeds opwarmt en weer afkoelt, gaat sneller achteruit. Blijft er toch iets over? Pak het meteen weer goed in en zet het terug in de koelkast.
Met goed papier, een vaste plek in de koelkast en een beetje aandacht voor het soort kaas gooi je bijna niets meer weg. En je kaas smaakt zoals hij bedoeld is.


Geef een reactie